Naar de rechter stappen: hoe werkt dat?

Is jou onrecht aangedaan of ben je gewoon benieuwd hoe een rechtszaak eigenlijk verloopt? In makkelijke termen leggen wij dat graag aan je uit.

Juridische termen zijn vaak moeilijk te begrijpen en wat er in een rechtszaal gebeurt is in veel gevallen ver van je bed show. Misschien ben je wel huiverig voor al het ‘gedoe’ dat een gerechtelijke procedure met zich meebrengt. Maar dat mag je er niet van weerhouden om je gelijk te halen als je in een situatie verkeert waarin jou onrecht is aangedaan. Daarom proberen wij het je wat makkelijker te maken door lastige termen uit te leggen en te vertellen hoe een procedure verloopt.

Civiel recht = burgerlijk recht

Een andere naam voor civiel recht is burgerlijk recht. Hier valt al het recht onder dat de verhouding tussen burgers onderling regelt. Denk aan een ruzie met je buren (burenrecht), een echtscheiding (familierecht) of een conflict met je baas (arbeidsrecht).

Grofweg zijn er twee soorten procedures te onderscheiden: de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van datgene wat je van de rechter vraagt. Indien je bijvoorbeeld bij de rechter uitbetaling van je salaris vordert omdat jouw werkgever dit niet uitbetaalt, gebeurt dit in een dagvaardingsprocedure. Voor een echtscheiding geldt daarentegen dat hiervoor de weg van een verzoekschriftprocedure moet worden gevolgd. Een bijzondere variant van de dagvaardingsprocedure is de procedure in kort geding. Hierin kun je de rechter vragen om op korte termijn een voorlopige voorziening te treffen, indien een beslissing in de bodemprocedure (die vaak veel tijd in beslag neemt) niet kan worden afgewacht. Hieronder zullen de verschillende procedures worden toegelicht.

Dagvaardingsprocedure

In een dagvaardingsprocedure vraag je de rechter om een ander te veroordelen iets te doen of na te laten. Degene die de vordering bij de rechter indient wordt de eiser genoemd. De tegenpartij die door de eiser in de procedure wordt betrokken is de gedaagde.

  1. Deze procedure begint met een dagvaarding. In dit stuk neemt de eiser kort gezegd op wat hij vordert, op welke gronden (bijvoorbeeld op grond van een wettelijke bepaling of een overeenkomst) en de bewijsmiddelen die zijn vordering onderbouwen. Daarnaast roep je de andere partij op om voor een bepaalde datum op de dagvaarding te reageren. Op deze datum vindt een zogenoemde rolzitting plaats. De datum waarop de rolzitting plaatsvindt is de roldatum.
  2. De andere partij kan op twee manieren op de dagvaarding reageren. In de eerste plaats kan hij op de rolzitting verschijnen en hier mondeling aan de rechter toelichten waarom hij het wel of niet eens is met de dagvaarding.
    Naast het geven van een mondelinge reactie kan de gedaagde ook schriftelijk reageren. Deze schriftelijke reactie wordt een conclusie van antwoord genoemd. In de conclusie van antwoord kan de gedaagde aangeven waarom hij het niet eens is met de vordering, waarbij hij tevens bewijsmiddelen kan aanvoeren die zijn verweer ondersteunen. De gedaagde kan zijn conclusie van antwoord opsturen naar de rechtbank (deze moet daar uiterlijk op de roldatum zijn ontvangen) of de conclusie van antwoord zelf tijdens de rolzitting aan de rechter overhandigen. Overigens kan de gedaagde de rechtbank ook om uitstel verzoeken, zodat hij langer de tijd heeft om op de dagvaarding te reageren.
  3. Als de gedaagde de vordering erkent zal de rechter deze toewijzen. Indien de gedaagde niet schriftelijk reageert en ook niet op de rolzitting verschijnt, zal de rechter eerst beoordelen of de dagvaarding correct is uitgebracht. Als dat zo is en de vordering de rechter ook niet onredelijk voorkomt, zal de rechter het gevorderde eveneens toewijzen. Dit doet de rechter in een zogenaamde verstekvonnis. Tegen dit vonnis kan de gedaagde wel in verzet komen.
    Als de gedaagde wel reageert zal de rechter na afloop van de rolzitting bepalen hoe de procedure verder gaat. Er zijn twee mogelijkheden: een schriftelijke ronde of een zitting.
  4. Bij een schriftelijke ronde mag de eiser reageren op de reactie van de wederpartij. Dit is in de vorm van een schriftelijk stuk naar de rechter waarin hij zijn standpunt nader kan onderbouwen, het verweer van de gedaagde kan weerleggen en eventuele nieuwe bewijsmiddelen kan aandragen. Dit schriftelijke stuk heet een conclusie van repliek. Op deze conclusie mag de gedaagde vervolgens eveneens reageren. Deze reactie heet de conclusie van dupliek.
  5. Op een zitting krijgen beide partijen de kans om hun standpunten nader toe te lichten. Soms mogen de partijen pleiten. Ook is het mogelijk dat de rechter alleen vragen zal stellen. Indien de partijen daartoe bereid zijn, kunnen ze proberen om gedurende de zitting over een schikking te onderhandelen. De rechter is niet bij deze onderhandelingen, maar zal de partijen daarvoor de gang op sturen. Als de partijen tot een oplossing komen kan de rechter deze nog tijdens de zitting op papier laten zetten (een zogenaamd proces-verbaal). Met deze oplossing komt de procedure ten einde. Als partijen na afloop van de schriftelijk ronde of de zitting niet tot een gezamenlijke oplossing zijn gekomen, heeft de rechter verschillende mogelijkheden. De rechter kan een zitting bevelen (na de schriftelijke ronde) of partijen alsnog schriftelijk laten reageren (na een zitting). Ook kan de rechter de zaak aanhouden zodat partijen de tijd krijgen om alsnog samen tot een oplossing te komen, of de rechter kan een speciale zitting opdragen om getuigen te kunnen horen (getuigenverhoor).
  6. Indien de rechter evenwel genoeg weet kan hij een eindoordeel geven, genaamd een (eind)vonnis. Hier kan de rechter de vordering (gedeeltelijk) toe- of afwijzen. Afhankelijk van wie in het gelijk wordt gesteld kan hij de verliezende partij ook in de proceskosten opleggen. Als de vordering van de eisende partij wordt toegewezen, wordt in het vonnis een termijn gesteld waarbinnen de gedaagde deze vordering moet voldoen. Mocht de gedaagde dit niet uit zichzelf doen, dan kan de eiser het vonnis door een deurwaarder laten uitvoeren (bijvoorbeeld door beslag te laten leggen bij de gedaagde en een zaak van hem te verkopen om zo zijn vordering te kunnen betalen).
  7. Als een partij het niet eens is met het vonnis, heeft hij de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Het gerechtshof dient de zaak dan opnieuw te beoordelen en een nieuwe uitspraak te doen. Mocht iemand het met deze uitspraak niet eens zijn, is er nog de mogelijkheid om in cassatie te gaan. Hierbij wordt de zaak voorgelegd aan de Hoge Raad.

Verzoekschriftprocedure

Een verzoekschriftprocedure verschilt van een dagvaardingsprocedure doordat hierbij de rechter zelf wordt verzocht om iets te doen. Denk aan het uitspreken van een echtscheiding. De partij die de procedure start wordt de verzoeker genoemd. De tegenpartij heet de verweerder. Een verzoekschriftprocedure lijkt in zekere mate op de dagvaardingsprocedure, maar het verloop van de procedure ligt meer vast:

  1. De procedure begint met een verzoekschrift, een brief naar de rechtbank. Hierin geeft de verzoeker aan wat hij wil en waarom (het verzoek en de gronden). Ook hier wordt bewijs aangeleverd.
  2. Vervolgens krijgen beide partijen een oproep voor een mondelinge behandeling, een zitting. De andere partij krijgt een kopie van het verzoekschrift, waarop zij kan reageren.
  3. De andere partij kan ervoor kiezen om een verweerschrift in te dienen. Hierin kan zij aangeven waarom ze het niet eens is met het verzoek. Ook mag de verweerder een tegenverzoek indienen. De verweerder hoeft niet schriftelijk te reageren, maar kan dit ook mondeling doen tijdens de mondelinge behandeling.
  4. Vervolgens vindt de mondelinge behandeling (zitting) plaats. Allereerst doet de verzoeker zijn verhaal, daarna de verweerder. Beide partijen komen dan nog een keer aan de beurt, waarin de rechter vragen stelt. Er worden geen getuigen gehoord. Na de zitting heeft de rechter weer drie opties: schikken, mediation of een uitspraak. Zie punt 5 tot en met 7 bij dagvaardingsprocedure. Anders dan in de dagvaardingsprocedure heet de einduitspraak geen vonnis, maar beschikking.

Kort geding

Naast de ‘normale’ dagvaardings- en verzoekschriftprocedure bestaat een speciale derde procedure, voor zaken die dusdanig spoedeisend zijn dat een ‘normale’ bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Voor deze spoedeisende zaken bestaat de zogenaamde kort geding procedure, waarin om een voorlopige voorziening kan worden gevraagd. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een vordering om publicatie tegen te houden of een loonvordering indien iemand geen inkomen meer van zijn werkgever ontvangt. Een kort geding procedure, die eveneens met een dagvaarding wordt gestart, kent zijn eigen procedurele voorschriften en vereisten. Hierop zal in een andere blog verder worden ingegaan.

Contact met een advocaat in Mijdrecht

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of zit je in een situatie die je wilt voorleggen aan een specialist? Neem dan contact op met een advocaat van Hendrikx Advocaten.

Over de auteur:
Sebastiaan van den Brink

Binnen de advocatuur focus ik mij met name op het arbeids-, huur-, privacy- en contractenrecht. In mijn praktijk sta ik verschillende soorten cliënten bij. Op het gebied van het arbeidsrecht kunnen zowel werknemers als werkgevers bij mij terecht, bijvoorbeeld wanneer een conflict op de werkvloer is ontstaan. Hierbij kan ik adviezen aanreiken om zo snel mogelijk tot de beste oplossing te komen.