Hoge Raad stelt rechtbank en gerechtshof in ongelijk! Doorbraak in onze kinderalimentatiezaak.

Hoge Raad stelt rechtbank en gerechtshof in het ongelijk! Doorbraak in onze kinderalimentatiezaak.

De Hoge Raad heeft afgelopen week uitspraak gedaan over de manier waarop woonlasten moeten worden meegenomen bij het berekenen van kinderalimentatie. In deze kwestie was sprake van een affectieve relatie tussen vader en moeder (onze cliënte) die gedurende hun relatie twee kinderen hebben gekregen. De relatie is inmiddels enkele jaren geleden beëindigd en vader dient kinderalimentatie aan moeder te betalen. De discussie tussen partijen ziet op de hoogte van het alimentatiebedrag.

Bij de berekening van kinderalimentatie wordt in principe rekening gehouden met een fictief bedrag waarvan verwacht wordt dat partijen dit aan hun woonlasten besteden. Op basis hiervan werd de woonlast van vader vastgesteld op € 678,- per maand. Echter, in werkelijkheid bedraagt de woonlast van vader slechts € 95,- per maand. Oftewel, de fictieve en werkelijke woonlast verschillen aanzienlijk van elkaar! Indien de rechter rekening zou houden met de fictieve woonlast, zou het alimentatiebedrag te laag zijn om volledig in de behoefte van de kinderen te kunnen voorzien. De kinderen ontvangen dan een lager bedrag dan zij nodig hebben. Om deze reden werd door onze familierechtadvocaten Michelle Roobeek en Rosanne Potma namens de moeder in zowel de procedure bij Rechtbank Midden-Nederland als Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betoogd dat gerekend dient te worden met de werkelijke woonlast van vader. Kinderalimentatie heeft immers hoge prioriteit en de kinderen zouden niet de dupe mogen zijn van een (fictief) rekenstelsel. Desondanks volgden Rechtbank Midden-Nederland en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onze visie niet. De uitspraak van de Hoge Raad is een grote doorbraak! Deze uitspraak biedt namelijk de mogelijkheid om te rekenen met de werkelijke woonlast (in plaats van de fictieve woonlast) indien:

  1. Bij toepassing van de fictieve woonlast niet volledig in de behoefte van de kinderen kan worden voorzien;
  2. De werkelijke woonlasten van de ouder duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan de fictieve woonlast;
  3. De werkelijke woonlasten leiden tot een hogere kinderalimentatiebijdrage.

De kwestie wordt nu nogmaals behandeld door een ander gerechtshof. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch zal binnenkort – met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad – een eindoordeel geven. De moeder, onze cliënte, heeft wederom voor onze familierechtadvocaten Michelle Roobeek en Rosanne Potma gekozen om haar bij te staan in deze procedure. Het door haar in ons gestelde vertrouwen beschouwen wij als een groot compliment. Met goede moed zien wij de uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch tegemoet en wij houden jullie op de hoogte van de uitkomst.  

Contact met Hendrikx Advocaten?

Wens jij de kinderalimentatiebijdrage te laten (her)berekenen? Neem dan contact op met Hendrikx Advocaten voor een kosteloos en vrijblijvend gesprek met een van onze advocaten.

Over de auteur:
Michelle Roobeek

Michelle is personen- en familierechtadvocaat en echtscheidingsmediator bij Hendrikx Advocaten. Een bijzonder zwaartepunt in haar praktijk ligt bij geschillen over afstamming, alimentatie en verdeling van vermogen bij zowel echtscheidingen als nalatenschappen. Bij veel van de (echt)scheidingen die zij behandelt zijn ondernemingen betrokken.