Belangrijke uitspraak over de TLV

Voor kinderen die behoefte hebben aan meer aandacht dan mogelijk is op een reguliere basisschool, bestaat het speciaal onderwijs (SO) en het speciaal basisonderwijs (SBO). Om toegelaten te kunnen worden tot het speciaal (basis)onderwijs is een zogenoemde ‘toelaatbaarheidsverklaring’ (TLV) nodig.

Sinds augustus 2014 wordt deze verklaring krachtens artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs afgegeven door een van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs.

Kortom, zonder toelaatbaarheidsverklaring is toelating tot het speciaal (basis)onderwijs niet mogelijk.

Verschil toelaatbaarheidsverklaring en toelatingsbeslissing

Overigens staat de TLV niet gelijk aan de toelatingsbeslissing. Indien een TLV is verstrekt, dan is de leerling toelaatbaar tot het speciaal (basis)onderwijs. Maar het besluit tot toelating wordt genomen door het bevoegd gezag van de desbetreffende school voor speciaal (basis)onderwijs. Toelaatbaarheid en toelating zijn dus twee verschillende zaken.

Toelating op reguliere basisschool

Het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring kan voor een reguliere basisschool een reden zijn om een kind niet tot de school toe te laten of een bestaande leerling te verwijderen, omdat de school de benodigde zorg niet kan bieden.

Hoewel de reguliere basisschool een eigen verantwoordelijkheid heeft om aannemelijk te maken dat sprake is van handelingsverlegenheid, is de TLV hiervoor wel een belangrijke aanwijzing. Een TLV wordt immers slechts verstrekt indien het samenwerkingsverband van mening is dat de onderwijsbehoefte van de leerling het aanbod binnen het regulier onderwijs overstijgt.

In beroep tegen toelaatbaarheidsverklaring

Op 20 april 2017 heeft de Rechtbank Amsterdam (Rb. Amsterdam, 20 april 2017, zaaknr. AMS 17/2083 en 17/2116) zich (nogmaals) uitgelaten over een geschil met betrekking tot een toelaatbaarheidsverklaring.

In deze zaak heeft een samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs afgegeven en heeft de reguliere basisschool de leerling verwijderd. De ouders zijn het hier niet mee eens en wenden zich in het kader van een voorlopige voorziening tot de Rechtbank Amsterdam.

Toelaatbaarheidsverklaring terecht verstrekt?

De rechtbank heeft in deze procedure beoordeeld of het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring terecht heeft verstrekt. Hiertoe voeren de ouders onder meer de volgende gronden aan:

  • ten eerste dat de aanvraag van de toelaatbaarheidsverklaring tegen hun zin is gedaan; en
  • ten tweede dat het samenwerkingsverband de uitkomst van een door hen inmiddels ingezet procesdiagnostisch-onderzoek door een GZ-psycholoog af had moeten wachten om de onderwijsbehoefte van hun kind vast te kunnen stellen.

Ten aanzien van het verwijderingsbesluit zijn de ouders van mening dat dit besluit dient te worden geschorst, zodat hun kind kan terugkeren op de reguliere basisschool.

Beslissing over het afgeven van de TLV

De rechtbank is van oordeel dat krachtens wetgeving het samenwerkingsverband, evenals de stichting waaronder de school ressorteert, een discretionaire bevoegdheid toekomt ten aanzien van het afgeven en aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring. Zij hebben beoordelingsruimte bij het nemen van een beslissing omtrent het afgeven of aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring.

In de hier besproken uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de onderwijsbehoefte van het kind voldoende is onderzocht en in kaart is gebracht. Het kind wordt tekort gedaan indien hij/zij binnen het reguliere onderwijs blijft functioneren.

Ten aanzien van afwachten van de GZ-psycholoog oordeelt de rechtbank dat voor het toelating tot het speciaal onderwijs het niet nodig is dat er een ontwikkelingsstoornis wordt vastgesteld, zodat de uitslag van het procesdiagnostisch-onderzoek niet relevant is.

Beslissing over het afgeven van het verwijderingsbesluit

Voorts zijn de ouders van oordeel dat de school hun kind niet had mogen verwijderen, omdat zij van mening zijn dat hun kind niet thuis hoort op het speciaal onderwijs. Echter, de rechtbank oordeelt dat zowel de school als het samenwerkingsverband duidelijk aannemelijk hebben gemaakt dat de onderwijsbehoefte van het kind groter is dan wat de school het kind kan bieden. Dit betekent dat de school handelingsverlegen is.

De school heeft zich volgens de rechtbank tot het uiterste ingespannen om het kind te bieden wat het nodig had. Ook is door de reguliere basisschool een andere school voor speciaal onderwijs gezocht en gevonden waarop het kind kan worden geplaatst. Daarmee is aan de wettelijke eisen voldaan.

Uitspraak: TLV en verwijdering terecht

De rechtbank Amsterdam komt tot de slotconclusie dat het samenwerkingsverband terecht een toelaatbaarheidsverklaring heeft verstrekt en dat de school het kind terecht heeft verwijderd. De voorzieningen van de ouders worden afgewezen daar de rechtbank van oordeel is dat zowel de toelaatbaarheidsverklaring als het verwijderingsbesluit in de bezwaarfase in stand zullen blijven.

Over de auteur

Rob Hendrikx is advocaat bij Hendrikx Advocaten in Mijdrecht en stond in bovengenoemde zaak het samenwerkingsverband en het schoolbestuur bij. Rob staat veel schoolbesturen bij met vraagstukken op het terrein van onder meer het onderwijsrecht.

Contact met een onderwijsrecht advocaat in Mijdrecht

Heeft u vragen over een toelaatbaarheidsverklaring of een andere onderwijsrechtelijke kwestie, neem dan gerust contact op met Rob via e-mail hendrikx@hendrikxadvocaten.nl of telefoonnummer 0297-250018 of bekijk onze onderwijspagina.