Kinderalimentatie: geen verdiencapaciteit door arbeidsongeschiktheidsuitkering?

Als ouders hun relatie verbreken dienen zij na het uiteengaan een bedrag aan kinderalimentatie te betalen. De hoogte van de kinderalimentatie is mede afhankelijk van de draagkracht van de ouders. Met de draagkracht wordt het bedrag dat ouders – op basis van het netto-besteedbaar inkomen – in staat zijn om bij te dragen aan de kosten van hun kind. Maar wat als het inkomen van een van de ouders uitsluitend uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat en deze ouder stelt dat hij onvoldoende draagkracht heeft?

Deze vraag werd begin dit jaar beantwoord door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De feitelijke situatie van de zaak bij het hof was als volgt. Nadat de ouders de relatie hadden verbroken zijn zij overeengekomen dat de man maandelijks een bedrag van € 195,00 aan kinderalimentatie aan de vrouw voldoet. Zes jaar later verzocht de man het hof om te bepalen dat hij geen kinderalimentatie meer hoefde te betalen omdat hij onvoldoende draagkracht zou hebben nu zijn inkomen uitsluitend uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat.

 

Transitievergoeding

Het maximumbedrag voor de transitievergoeding bedraagt per 1 januari 2019 € 81.000,- (of een bruto jaarsalaris als dat hoger is). Voor kleine werkgevers die in een slechte financiële situatie verkeren en om bedrijfseconomische redenen werknemers moeten ontslaan, geldt tot 1 januari 2020 een overbruggingsregeling voor de betaling van de transitievergoeding. Wanneer aan de voorwaarden voor de overbruggingsregeling is voldaan, worden gewerkte jaren vóór mei 2013 niet meegerekend bij het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding. Per 1 januari 2019 zijn de eisen voor het toepassen van de overbruggingsregeling versoepeld.

 

Bewijs

Om zijn stelling te bewijzen overlegde de man een brief van het UWV waaruit viel op te maken dat de man een IVA-uitkering ontvangt wegens ongewijzigde arbeidsongeschiktheid van 100%. De vrouw had de man ook gevraagd om arbeidsdeskundige en medische stukken over te leggen, maar dit had de man niet gedaan. Kortom, zijn recht op de IVA-uitkering was dus het enige bewijs dat de man had aangeleverd.

 

IVA-uitkering

Een recht op een IVA-uitkering bestaat wanneer iemand (na een periode van twee jaar nog steeds) volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Iemand is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wanneer diegene niet meer dan 20% van het laatstverdiende loon kan verdienen én er geen of maar een zeer kleine kans is dat dit binnen vijf jaar verbetert. Het hof was hierom van mening dat slechts het recht op een IVA-uitkering nog niet bewijst dat de arbeidsongeschikte helemáál geen resterende verdiencapaciteit meer heeft.

 

Het oordeel van het hof

Aangezien de man alleen het recht op de IVA-uitkering als bewijs had aangeleverd (en geen aanvullende stukken waaruit bleek dat hij volledig arbeidsongeschikt is en geen aanvullende verdiencapaciteit zou hebben) en het recht op de IVA-uitkering op zichzelf geen bewijs oplevert dat de man geen enkele resterende verdiencapaciteit heeft, was het hof van oordeel dat de IVA-uitkering van de man fictief verhoogd diende te worden met 10% van de netto-uitkering. De man had hierdoor voldoende draagkracht om maandelijks alsnog een bedrag van €170,00 aan kinderalimentatie te voldoen.

 

Contact met onze personen- en familierecht advocaat-mediator Michelle Roobeek?

Wens jij een (her)berekening voor de kinderalimentatie te laten opstellen? Of stelt jouw ex-partner geen draagkracht te hebben, maar ben jij anders van mening? Neem dan contact op met Hendrikx Advocaten voor een kosteloos en vrijblijvend gesprek met Michelle Roobeek .

Over de auteur: Michelle Roobeek

Michelle is personen- en familierechtadvocaat en echtscheidingsmediator bij Hendrikx Advocaten. Een bijzonder zwaartepunt in haar praktijk ligt bij geschillen over afstamming, alimentatie en verdeling van vermogen bij zowel echtscheidingen als nalatenschappen. Bij veel van de (echt)scheidingen die zij behandelt zijn ondernemingen betrokken.